Evolutie van de levensverzekeringscontracten

Mathilde Pourplanche - Legal & Tax Department
12 oktober 2017
Evolutie van de levensverzekeringscontracten voor vlaamse inwoners waarbij beide ouders verzekeringnemers en verzekerden zijn

Wijziging van de successierechten tussen ouders in het kader van een levensverzekerings-contract

Het betreft contracten waarbij de verzekeringnemers en de verzekerden doorgaans de beide ouders zijn (al dan niet gehuwd) en waarbij de begunstigden de kinderen zijn.

Voorgaanden:

Op 28 september 2015 nam VLABEL een standpunt in (standpunt nr. 15129) over successierechten bij contracten met twee verzekeringnemers en twee verzekerden. Dit standpunt werd ook bevestigd door het standpunt nr. 16029 van 21 maart 2016.

Als gevolg van deze publicatie waren bij het overlijden van de eerste ouder, de begunstigden van het contract ertoe gehouden successierechten te betalen op de helft van de afkoopwaarde van het contract op datum van overlijden, zelfs als de uitkering niet daadwerkelijk werd geïnd.

Het was echter niet zeker dat de uitkering die begunstigden  ook toekwam op het einde van het contract. De langstlevende ouder, verzekeringsnemer, heeft immers het recht om de begunstigingsclausule te wijzigen of het contract af te kopen.

Huidige situatie:

Op 23 december 2016 heeft de Vlaamse wetgever het derde lid van artikel 2.7.1.0.6., §1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit gewijzigd om die als “onrechtvaardig” bestempelde situatie aan te passen.

“Als de erflater een contract had afgesloten op grond waarvan er pas een uitkering kan gebeuren na het overlijden van de erflater, worden de sommen, renten of waarden geacht kosteloos te worden verkregen, en geacht als legaat te zijn verkregen, naar gelang van het geval:

1° door de persoon die het levensverzekeringscontract afkoopt na het overlijden van de erflater, op het tijdstip van de afkoop;

2° door de persoon die de sommen, renten of waarden effectief verkrijgt na het overlijden van de erflater, op het tijdstip dat er een uitkering gebeurt.”

Dit betekent dat de successierechten voortaan verschuldigd zijn:

(1°) door de langstlevende ouder ingeval deze het contract afkoopt;

(2°) door de begunstigden wanneer het contract een einde neemt.

In het eerste geval is de uitkering belastbaar ten belope van:

  • 50% van de afkoopwaarde indien de premies werden bekostigd door middel van gelden die tot de gemeenschap behoren van beide echtgenoten of door middel van onverdeelde gelden van beide verzekeringnemers.

  • 100% van de afkoopwaarde indien de premies werden bekostigd door eigen middelen van de overledene..

De wetgever heeft ook een tweede paragraaf aan artikel 2.7.3.2.8. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit toegevoegd, die verduidelijkt dat het levensverzekeringscontract dat reeds aan schenkingsrechten werd onderworpen, niet meer aan successierechten onderhevig is en dit in verhouding tot het reeds betaalde bedrag van de belastbare grondslag.

“In het geval van een levensverzekeringscontract wordt de belastbare grondslag van de sommen, renten of waarden, die aan de persoon, vermeld in artikel 2.7.1.0.6, kunnen toekomen, verminderd met het bedrag dat als belastbare grondslag heeft gediend voor de heffing van de schenkingsrechten indien het contract door de erflater aan die persoon werd geschonken.”

Dat betekent dat de langstlevende ouder zijn rechten met betrekking tot het levensverzekeringscontract kan overdragen aan de begunstigden met de bedoeling de successierechten op de poliswaarde op het tijdstip van de overdracht te optimaliseren. De langstlevende ouder heeft daarvoor het recht om de begunstigden de betaling van een rente op te leggen.

Deze wijziging biedt de ouders het voordeel dat zij de eigendom over hun goederen behouden en beschermd zijn ingeval één van hen zou overlijden.

Top