De belasting van levensverzekeringscontract als gevolg van de nieuwe circulaire over successierecht

Mathilde Pourplanche - Wealth planner
18 januari 2021
Welke veranderingen voor de belasting van levensverzekeringscontracten als gevolg van de nieuwe circulaire inzake successierechten? (Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest)

Op 7 januari 2021 heeft de belastingdienst een circulaire gepubliceerd die volledig in de plaats komt van circulaire nr. 16/2006 van 31 juli 2006 betreffende de belastingheffing op verzekeringen van echtgenoten die gehuwd zijn onder een stelsel van gemeenschap van goederen.

Deze preciseert de toepassing van artikel 8 van het Wetboek van de successierechten op levensverzekeringscontracten die door Belgische staatsburgers met woonplaats in het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden afgesloten, naargelang hun structuur.

De circulaire heeft terugwerkende kracht, aangezien deze van toepassing is op alle sterfgevallen die zich hebben voorgedaan vanaf 1 september 2018, de datum waarop de hervorming van het huwelijksvermogensrecht (wet van 22 juli 2018) in werking is getreden.

Wat we moeten onthouden

1. Echtgenoten die gehuwd zijn onder het gemeenschapsstelsel (in het kader van een contract dat is afgesloten met gemeenschapsgoederen)

Elke overdracht van contractrechten tussen echtgenoten die ingaat bij het eerste overlijden, geeft onmiddellijk aanleiding tot de inning van successierechten op de helft van de afkoopwaarde van het contract, en dit onafhankelijk van het feit of er gemeenschappelijke kinderen zijn, tenzij de begunstigde van het contract het voordeel heeft aanvaard, in welk geval het recht op afkoop van de overlevende echtgenoot afhankelijk zal zijn van de instemming van de aanvaardende begunstigde.

De administratie geeft aan dat de overdracht van rechten tussen echtgenoten wordt beschouwd als een schenking onder opschortende voorwaarde. Daartoe moet de overdracht van rechten die tussen echtgenoten is opgesteld, voldoen aan de formele eisen van een schenking onder opschortende voorwaarde.

De hervorming van het huwelijksvermogensrecht bepaalt sinds 1 september 2018 dat de afkoopwaarde van een levensverzekering die met gemeenschappelijke middelen is afgesloten, eigendom is van de langstlevende echtgenoot, mits betaling van een vergoeding aan de gemeenschap. Deze laatste is in principe onderworpen aan successierechten, tenzij de echtgenoten gemeenschappelijke kinderen hebben.

Indien echter aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :

  • de overdracht van rechten is onderworpen aan successierechten (artikel 8 van het Wetboek van Successierechten); 
  • de  vergoeding aan de gemeenschap moet onderworpen zijn aan successierechten (artikel 16 van het Wetboek van Successierechten), aangezien de echtgenoten geen gemeenschappelijke nakomelingen hebben; 

dan zal het principe non bis in idem van toepassing zijn. Dit wil zeggen dat men niet twee keer voor hetzelfde belast kan worden.

Als de overdracht van de contractrechten dus onderworpen is aan successierechten, dan zal de vergoeding dat niet zijn. Het beginsel van fiscale neutraliteit is immers van toepassing bij de vaststelling van de rekening voor opnames en vergoedingen, die bij het overlijden van een echtgeno(o)t(e) fiscaal wordt aangegeven, aangezien over dit onderdeel van het gezamenlijke vermogen reeds successierechten verschuldigd zijn.

2. Gezamenlijke onderschrijving van een contract door gehuwde echtgenoten onder het regime van scheiding van goederen of door ongehuwde personen (in het kader van een contract dat met eigen middelen is afgesloten)

Elke overdracht van rechten van het contract is onderworpen aan successierechten, tenzij wordt aangetoond dat deze niet kosteloos is gebeurd.

3. Contract type A-B-C (A : verzekeringnemer, B : verzekerde et C : begunstigde, dus 3 verschillende personen)

De administratie is van mening dat bij het overlijden van A de successierechten onmiddellijk door C verschuldigd zijn aan de nalatenschap van A, ongeacht de uitkering van het contract (overlijden van B). 

Bijgevolg zou de begunstigde van het contract (C) de successierechten moeten betalen over het voordeel dat hij verondersteld wordt te ontvangen wanneer B, de verzekerde, overlijdt. Bij de afrekening zou C echter een aanvullende aangifte moeten indienen, afhankelijk van de daadwerkelijk ontvangen overlijdensuitkering.

Indien begunstigde C overlijdt vóór de uitkering van het contract (vóór B), zal een herziening van de inning van de successierechten moeten worden aangevraagd door de erfgenamen van C en zullen de betaalde rechten moeten worden terugbetaald door de belastingdienst.

4. Overdracht van contractrechten

De vraag naar de vorm van de wijziging van de overdracht van contractrechten (onderhandse akte of notariële akte) wordt gesteld, maar er wordt geen antwoord op gegeven.

Rekening houdend met het feit dat de administratie niet bevoegd is om nieuwe belastbare feiten vast te stellen door middel van een circulaire, mag een beroep tot nietigverklaring niet worden uitgesloten gedurende de volgende 60 dagen (termijn die begint op 7.01.2021).

Samenvattend is Circulaire 2021/C/2 bedoeld om levensverzekeringscontracten bij het overlijden van de eerste echtgenoot te belasten met ontbindende werking als de situatie aan het einde van het contract is veranderd, wat de taak van de administratie en die van de belastingplichtigen duidelijk bemoeilijkt. Aangezien de toepassing van deze belasting met terugwerkende kracht gebeurt, zullen de inwoners van het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waarschijnlijk hun successie-aangifte moeten herzien wanneer het gaat om een levensverzekeringscontract.

Top